Vaak doen we de dingen liefst snel én goed. Gelukkig lukt dat in de regel prima maar soms wat minder.
Er zijn situaties waarbij snel én goed elkaar tegen lijken te werken. En dat is helemaal niet erg, vind ik, zolang het maar geen verassing is.
Bij het definiëren, ontwerpen, bouwen en testen van veelomvattende IT infrastructuren zijn zo veel aspecten en partijen betrokken, dat haastige spoed echt zelden goed is.
Dit begint al bij de vaststelling van de functionele (‘wat doet het’) en non-functionele (‘hoe doet ‘ie het’) definities. Ik steek daar altijd zeer veel tijd in. Soms tot verbazing van de klant. Ik wil absoluut voorkomen dat een klein interpretatieverschil in deze fase, aan het eind van het project leidt tot een product dat niet doet wat het zou moeten doen.
Dit betekent dat ik met veel medewerkers van de organisatie wil spreken. Ik interview de algemene directie, het IT management, IT beheer en de eindgebruikers. Want van de eindgebruikers tot de directie moet iedereen tevreden zijn met het eindresultaat. Het wordt helemaal leuk als blijkt dat bijvoorbeeld directie en IT management niet op één lijn zitten. Ik zie hier regelmatig dat deze twee onderdelen heel andere ideeën hebben over beschikbaarheid en kosten.
Dat vind ik leuk. Dan kan ik er eens goed voor gaan zitten met de organisatie om uiteindelijk één pakket van eisen te definiëren waar iedereen zich in kan vinden. Dit kan echt wel even duren, het kost een paar centen, maar dan is het wel in één keer goed. En wanneer er geïnvesteerd is in het eenduidig vaststellen van alle eisen, dan kan daarna ook snel doorgewerkt worden. En dan weten we zeker dat het goed is. Dat het in één keer goed is. Voor iedereen. Op deze manier komt het eindresultaat toch snel én is het goed.
Het geldt voor alles wat ik wil doen: we streven naar 100% kwaliteit. Ik willen het in één keer goed doen. Dit lijkt soms langer te duren, maar leidt uiteindelijk tot een beter resultaat. Voor u, de klant, en voor mij.