We ontwerpen en bouwen veel centrale desktop infrastructuren. We zien de afgelopen jaren dat deze steeds meer eenvoudig toegankelijke functies krijgen voor eindgebruikers. Voor gebruikers werkt alles altijd en overal. En je hoeft geen computernerd te zijn om deze functies te gebruiken. En dat is goed. Aan de ‘achterkant’ zien we echter dat de centralisatie en virtualisatie van desktop infrastructuren hebben gezorgd voor een toename van complexiteit. Voor de beheerders kan het soms bijzonder ingewikkeld zijn. En er zijn ketens van afhankelijkheden ontstaan die soms niet stabiel zijn. Een storing in een enkel onderdeel van de keten kan de hele infrastructuur aan het wankelen brengen. Dit proberen we dan te voorkomen door onderdelen meervoudig uit te voeren, maar wij zijn van mening dat het ontwerp dan in de basis niet goed is. Wij voorkomen liever kwetsuren dan dat we pleisters verkopen.
Ik zit de laatste jaren sterk op de lijn om functies voor eindgebruikers op een zo eenvoudig mogelijke wijze aan te bieden. Dit door de nodige infrastructuur zo eenvoudig mogelijk te houden. Alleen dan garandeert een optimale beschikbaarheid en ook een goede beheerbaarheid. Hoe minder componenten er nodig zijn om een bepaalde functie te voorzien, hoe minder kennis en kunde er nodig is om dit systeem te onderhouden.
Wij maken voor kritische opslag steeds meer gebruik van lokale, snelle (SSD) disks in plaatst van centrale (SAN) opslag. De centrale opslag wordt dan wel gebruikt voor de grote volumes, waarbij een korte interruptie in de datastroom niet meteen systemen laat crashen.
Daarnaast zijn er nu diverse ontwerp oplossingen om met geïntegreerde hardware te werken. Ik werkvoor centrale desktop infrastructuren het liefst met systemen waarbij CPU, geheugen, netwerk en opslag met elkaar geïntegreerd zijn en een getest geheel vormen. Zo ontstaat meer zekerheid over het perfect functioneren van ‘de onderste laag’ en zijn minder afhankelijk van het goed functioneren van de rest van de bestaande infrastructuur.
Mochten er problemen zijn met bijvoorbeeld de performance van de desktop, dan zijn deze sneller te isoleren en op te lossen. Zo is ook de desktop infra als geïsoleerd geheel in één keer uit het datacentrum over te brengen naar een ander datacentrum of public cloud. Dit zonder impact te hebben op de rest van de infrastructuur.